ULDRIK 457 does it again!!! + stallions 2011
sorry in Dutch..

Leeuwarden 8 januari 2011;  Tijdens een zeer sfeervolle editie van de hengstenkeuring 2011 betoverde een subliem dravende ULDRIK 457 (Dries x Tsjerk) voor de tweede maal in zijn nog prille dekcarrière jury en publiek. Jaargenoot en tuigkampioen Tsjalle 454 (Mintse x Brandus) pakte de reserve titel. Hoogtepunten waren ook de ontroerende preferentschappen voor wijlen Teunis en de noch immer sprankelende Jasper. Nestor Leffert van 25 jaar jong, nog steeds invloedrijk via zijn zonen en kleinzonen, toonde zich nog bijzonder vorstelijk.

Een verslag van Doede Wiersma:

HET BELANGRIJKSTE IS ONZICHTBAAR Jonge hengsten jaargang 2011

Na drie dagen keuren wees de jury 23 jonge hengsten aan voor Ermelo. Uit ongeveer evenveel bleven er vorig jaar twee over! Als dit vaker gebeurt zal de animo voor hengstenopfok dalen. Qua exterieur bestaat de jaargang 2011 meerendeels uit hengsten die goed aan de maat zijn. Voor wat de inteelt betreft zijn twee zonen van Fabe en de invloed van Jakob bij moeders (3X) belangrijk. Het lijkt me uit het oogpunt van fokzekerheid niet goed om zonen te nemen uit afgekeurde vaders en moedersvaders. Juist bij merries uit de periode dat alles bij de hengst kwam is dit niet raadzaam. En verder is bij  toekomstige dekhengsten het onzichtbare- de erfelijke aanleg-belangrijker dan het  zichtbare, het exterieur en de beweging. Een mooi en best sportpaard is nog geen sterke vererver. Het belang van de hengsten(op)fokker is tegengesteld aan het belang van de totale fokkerij.

In dit artikel is het laatste uitgangspunt. Het ster % is voor mij de beste indicatie voor een zo breed mogelijke (exterieur en beweging) verervingskwaliteit. Eerste en hoogste ideaal van de gewone fokker is immers een stermerrie of – hengst. In het vervolg spreken wij van compensatie van zwakkere punten. Natuurlijk was het beter dat vader en moeder(lijn) van een hengst zoveel kwaliteit bezitten dat compensatie niet nodig is.

Wessellijn:

Onbegrijpelijk dat de, nog maar kort geleden sterke, Wessellijn nu zo zieltogend is. Zonen van Felle (ster % 39) en  Ielke (ster % 26) krijgen een kans.

Cat. 303    Felle X   Jacob X Froukje ue Reiden, ster- pref; stam 2

  -    317     Ielke X Sape  X  Trixt f Fjildsicht, ster; stam 70

De Felle komt uit een stamboekmoeder, de Jurjen grootmoeder is ster en preferent. Met daarna een Tsjalling merrie heeft de hengst erfelijk aanleg voor veel massa. De sterk gebouwde hengst stapte vlijtig en krachtig; ook in draf  was er veel ruimte, maar mocht het achterbeen sneller onder de massa komen.

De Ielke  was,  in combinatie van exterieur en beweging, de beste jonge hengst. Voor een vaderdier mocht Ielke  hoger ster % hebben  en minder minpunten in de verervingsindex. Maar met de invloed van Sape via de moeder en de puike moederlijn is er veel compensatie. De hengst is mooi harmonisch gebouwd, mocht iets grootramiger, stapt vierkant en draaft subliem sterk en in balans onder de massa, waarbij hij kan versnellen en rijzen. Hij deed me sterk denken aan Feitse, uit dezelfde stam, bij zijn goedkeuring.

Jochemlijn:

Met veel en goed fokkende hengsten is de Jochemlijn al jaren de grootste leverancier. Maar bederf van het beste….! Ik kan me nog voorstellen dat fokkers het Tamme/Leffert bloed combineren met het Feitsebloed. Maar heel onverstandig lijkt mij inteelt op Feitse. Dit gebeurde met cat. 98 (Beart X Tsjerk) en 115 (Andries X Sape). Ze waren weergaloos luxe in type, maar zwak in de achterhand. Zo wordt het beste slecht.

Onne (ster % 56) heeft zelf drie kandidaten en zijn zoon Jerke twee; het zijn vaderdieren met een rijk front op een lang voorbeen. Dat is enorm waardevol. Beide hengsten hebben vroeg in de moederlijn sterke invloed van het landbouwpaard. Onnes uit Wicher, Feitse/ Tsjerkmoeders zijn luxe, maar uit meer klassieke merries kan het  snel zwaar en lomp worden. Ook zou het beenwerk dan vaak fijner, harder mogen.

33      Onne X Olof  X Tetsje ft Wyldpaed, stb; stam 139

34      Onne X Tsjerk  X Zilver Boszorg, ster –pref;  stam 50

36      Onne X   Jacob X GeartsjeS, ster- pref; stam 8

254    Jerke  X  Karst  X Lymke H, ster- pref.stam 162

339    Jerke  X Liekele X Wilmaa B, model- pref.; stam 102

270    Maiko X Brandus X Linda Boszorg, ster; stam 50

124    Eibert  X Jasper  Klazien H, ster; stam 128                                                                                                        

208    Hinne X Ulbert  X Jildou V ster; stam 118.

313    Hinne X   Fede  X Imkje M, stb preferent; stam 14

60      Teeuwis X Rypke X Djoke f Ypey, model-pref; stam 40

122    Aan X Feitse X Kingke model-pref; stam 50

Onne vraagt, via moeders van hengsten, om compensatie in het moderne en luxe; en vooral om stabiliteit (kniebespiering) en verzameling vanuit de achterhand. De moedersvaders Olof, Tsjerk en Jakob doen dat  zeker. Olof (ster % 38; 13 sportpaarden; 8 preferente merries); Tsjerk (ster % 50; 24 sportpaarden) en Jakob (ster % 29; 11 sportpaarden; positieve sportindex). Het zwakste aan Olof is het niet bergop gebouwd zijn, maar Onne en Tsjerk compenseren dat.

Cat. 33 met een mooi front en veel kap heeft een preferente moeder en stamboekgrootmoeder. Hij mag nog iets meer stuwend en lichtvoetiger onder de massa draven.

Cat 34 heeft veel allure en luxe, is jeugdig, mocht iets dieper in de flank. Hij beweegt in draf heel hoog onder de massa, maar kan nog stabieler.

Cat 36 is een harde en luxe hengst die ruim en met impuls stapt;  in de goede draf mag hij nog iets meer gaan zitten. Grootmoedersvader Nikolaas (ster % 12 ) is een zwakke schakel.

Qua collectie vielen de Jerkes   op door het rijke front en lange voorbeen, in draf bleek de achterhand minder stabiel, vooral in het kniegebied. Ze vroegen veel van de aanjager.

Cat. 254 met wat weinig maat (1.60) heeft in Karst een onzekere factor qua erfelijke aanleg, positief zijn de preferente moeder en grootmoeder in een jonge stam. De fraai gelijnde hengst met mooi front en veel kap mocht in draf een minder traag achterbeengebruik tonen.

Cat 339 (1.60) heeft allure, is sterk gebouwd en temperamentvol. Een minpunt  is de afgekeurde moedersvader  Liekele (ster % 20). In draf zou de hengst  meer dynamiek in zijn stuwing moeten vertonen. De merries in de moederlijn bewegen wel krachtig en ruim, maar niet lichtvoetig.

De Maiko (ster % 27; 3 sportpaarden) krijgt veel compensatie van de Brandus (ster % 38; 24 sportpaarden) moeder en Boszorgmoederlijn. De hengst heeft een fraai front met goede insnoering hoofd/hals; hij stapt best en de ruime draf is stabiel en ruim, hoog van de vloer waarbij de hengst gaat zitten.

Eibert (ster % 47; goede indexen) is een hengst die zich positief heeft ontwikkeld. De combinatie met de compacte hengsten Jasper en Sierk is passend. In beweging toonde de hengst aanleg voor bergop draven, maar moet dan nog meer naar voren grijpen met het voorbeen.

Hinne:

Met zijn goedgekeurde zoon Wimer, in zijn rubriek op kop, maakte Hinne veel reclame. Van Hinne mogen twee zonen naar Ermelo. Van een dochter van Ulbert (ster % 41), uit een moederlijn zonder preferenten, komt een hengst met mooi exterieur, die in beweging veel inzet toont.  De andere komt uit stam 14 (Ulke, Karel), uit een preferente moeder en grootmoeder. Moedersvader is Fêde (ster % 24; zwakke sportindex). Net als bij Ulke en Karel is de beweging opvallend- kracht, ruimte, inzet- maar kon het exterieur rijker en moderner.

De zoon van Teeuwis (ster % 41) heeft in Djoke f Ypey een model- preferente grootmoeder die in tuig goed presteerde. Zij en sportpaard Teeuwis moeten het erfelijke van Rypke (ster % 29-index min op ras, stap en tuigproef) compenseren. De gelijnde en jeugdige hengst liet in draf een fraai moment zien, maar het moet meer bevestigen door een krachtiger achterhand, hopelijk gaat hij dan meer zitten.

De Aan is mooi gefokt. Feitse X Kingke, moeder van Barteld, is een sublieme combinatie (Beart). Deze Feitse merrie combineren met een langgelijnde hengst als Aan is heel passend. De Aan-zoon is modern, fraai gelijnd en draafde kontinu met veel balans goed onder de massa.

 

Hearkelijn: Een geweldig feit  voor de fokkerij en voor de familie Wijma is het preferentschap van Jasper op zo jonge leeftijd. Mooier dan alle loftuitingen was misschien wel het kampioenschap van kleinzoon Uldrik, de aanwijzing van een fraaie zoon uit de merries van Wijma, met nog een zoon voor Jisse en Haitse. Tevens werd Teunis preferent. Een bekroning voor de  jarenlange toewijding van de familie Toonen aan het Friese Paard.

25     Jasper X  Rypke  X Wietske f P ster- pref. Stam 10

230   Jisse   X  Heinse X Renate, ster- pref; stam 138

183   Haitse X  Teunis  X Goaitsje, ster; Kingke M/P stam 50

52      Rindert X Tonis X  Imma, ster-  pref.  Stam 50

307   Harmen X Sierk  X Reinksje F, ster; stam 102

De Jasper zoon heeft veel statuur, allure en hengstuitdrukking. Na een rijk front volgt een goede bovenlijn. De stap is goed in kadans maar mag iets krachtiger. De ruime draf is hoog van de vloer maar kan nog meer consolideren. Het wat beknopte in de nafok van Jasper ziet men terug bij Jisse en Haitse, zij vragen daarin om compensatie. Gelukkig is dat het geval met de zoon van Jisse door Heinse en bij Haitse door Teunis.

De Jisse is mooi in de verhoudingen, mocht iets grootramiger. Hij stapt en draaft ruim voldoende. Hetzelfde gold voor de andere Jisse (cat, 236) die goed stapte en ruim draafde maar die daarbij meer moest rijzen.

De Haitse heeft Kingke, moeder van  Barteld, als overgrootmoeder. De hengst heeft een mooie maat (1.67), is iets lang in de middenhand en zal meer onder de massa moeten draven; als de bespiering van de achterhand toeneemt  zal de knie stabieler worden en de kracht  vermeerderen.

De Rindert (ster % 55) komt uit dezelfde  sterke Namkemerrielijn uit stam 50. Deze hengst is mooi gelijnd, fraai in hoofd en hals; kon nog iets meer hengst uitstralen. De stap moet in kracht toenemen en de draf nog stuwender onder de massa, de galop is mooi opwaarts toe..

De Harmen (1.67) liet aan de hand geslotener beweging zien dan in de kooi. De hengst  heeft een mooi  exterieur met een fraai front. MV.Sierk heeft een ster % van 38; en 7 sportpaarden. In draf is het voorbeen wat kort (Sierk) en mag hij achter meer stuwen. In de moederlijn zag men graag meer hengsten die het goed gedaan hebben in de fokkerij.

Ygramlijn. Uit de Ygramlijn zijn geen zonen aangewezen, wel  voeren twee hengsten het bloed via de moeder; cat 208( Ulbert) en cat.307 (Sierk). 

Gerkelijn: Uit het oogpunt van inteelt moet de relatief meest vrije hengst –Fabe- kansen hebben. Het heeft al twee keer een zoon opgeleverd, wie weet?

268     Fabe X Olof X Gelske ud M; ster; stam 27

19       Fabe X Jakob X Dienke, ster-pref; stam 129

55       Sape X  Krist X Aukje Boszorg model-pref; stam 50

Uit stam 27 waaruit Rypke, de preferente Jasper, diverse paarden die eens presteerden in het vierspan van Leo Kraaijenbrink, komt cat. 268. Deze Fabe (ster % 48), komt uit een ster-preferente moeder en meet 1.67, is sterk gebouwd; de stap is vierkant en voldoende ruim, in draf is het voorbeen super, maar moet die beweging meer vanuit de achterhand worden opgeroepen; waarbij de hengst hoger van de vloer mag komen.

Cat. 19, met preferente moeder en grootmoeder, is modern, jeugdig, luxe en heeft fijn hard beenwerk. De draf is hoog van de vloer en ruim, maar mag iets stabieler worden. De hengst is gebaat bij meer bespiering van de achterhand die nu nog teer oogt.

De Sape (ster % 54) komt uit de uitmuntende, naar FPS maatstaven, moederlijn van Boszorg. Jammer voor een hengst is de afgekeurde moedersvader Krist. Erfelijk is er vanuit de moederlijn aanleg voor veel massa. Sape kan daarin wel compenseren. De hengst is goed in de verhoudingen, al rijp (Krist), heeft een mooi front en stapt ruim. De draf  zou soepeler en hoger van de vloer kunnen, met meer lichtvoetigheid, dat alles door een stabielere ligging van de knie.

Ritskelijn: Qua  test, sport en fokresultaten is Doaitsen (ster % 60) een allround vaderpaard. Hij toonde op de keuring veel jeugd en beweging. Men gunde zo’n hengst zonen uit super moeders en moederlijnen. Sake is van  een Gaijedochter (ster 33%) en Sjouke van een merrie van Jelte (ster % 17).  De nu aangewezen zoon komt uit een merrielijn zonder preferenten en Abel (ster % 28) is niet een sterk vererver. Jammer dat cat .145 veterinair werd afgewezen; in mijn ogen rondom de beste jonge hengst op donderdag en vrijdag. Een schitterende harde hengst met veel allure en een beste draf met veel buiging in het spronggewricht. En dat misten we bij veel hengsten! Eerder verloren we de beste Pjotr op deze wijze, nu werd hij met het dubbelspan van Mart van  Daal eerste. Mooi dat van Gjalt een zoon wordt geprobeerd. Gjalt gaat dit jaar voor de keuring op afstammelingen.

139     Doaitsen x Abel X  Sarina, ster; stam 50

197     Gjalt X Brandus X Irma B, ster- pref. Stam 25

De Doaitsen is mooi in bovenlijn en front, hij mocht meer maat hebben. De stap is vierkant en kon ruimer; de goede draf kan nog meer onder de massa. Veel Friese paarden hebben zo weinig vechtlust, prachtig dat Doaitsen temperament vererft.

De zoon van Gjalt komt uit de superieure moederlijn van Vesta. Met op rij hengsten als Brandus, Jochem en Ritske is er sprake van ras en veel luxe in de erfelijke aanleg. In draf mag het achterbeen minder traag aantreden.

Verkort onderzoek: Aaron: Feitse X Nammen en HearkeAdel X Ouke. Men gunde deze fantastische sportpaarden als fokhengst een betere afstamming.

Ten slotte:

In Uldrik kreeg 2011 een zeer fraaie  kampioen! De beweging deed aan Totilas denken, met  het grote verschil dat Totilas het onder zadel deed. Ook Tsjalle was imponerend modern en luxe en uitmuntend in beweging Niet passend vond ik de publieke afstraffing van voorbrengers door de voorzitter van de jury. Ga dan even naar het voorterrein en bespreek het met de betreffende mensen of roep ze voor de keuring bij elkaar in een zaaltje. Gelukkig heeft Harry Draayer het ’s middags beter aangevoeld.

De grootste kenner van paarden, P.B. van Binsbergen  zei eens: “De jongens (opfokkers) proberen ons te misleiden en dat is hun goed recht; wij moeten er door heen zien”. Daarom  is het  verwerpelijk dat juryleden en directie publiekelijk opmerkingen maken over preparen of management van hengsten. Daarmee laten ze blijken er niet doorheen te kunnen zien. En waarom de hengsten in de eerste ronde draf niet driemaal laten vertrekken om te zien of er aanleg is voor het gaan zitten? Natuurlijk met zo weinig mogelijk zweep en rammeldoosjes. De tweede ronde kan dan met alles uit de kast.

Voor een bezinning en visie op het fokbeleid verwijs ik op deze site naar Nieuws archief, verslag lezing van Doede Wiersma met prachtige foto’s.