MET DRIE BENEN IN DE PAARDENHEMEL

Door: Nicole Adriaansen

Uit: Phryso 2001

 

 

Het zal je maar gebeuren. Je komt ’s morgens in de stal om te voeren, ligt er in het schemerdonker een nat hoopje veulen….een maand te vroeg! Normaliter heeft zo’n vroeg geboren veulen weinig of geen overlevingskansen, maar dankzij het deskundig handelen van een collega-fokker, een duo gespecialiseerde dierenartsen én natuurlijk het enorm sterke moederinstinct van de merrie heeft dit verhaal een happy end…

 

Dag 1

Donderdagmorgen 7 juni. Nog slaperig gooi ik een plak hooi bij onze ruin en hoogdrachtige merrie naar binnen. In het midden van haar stal zie ik een donkere ‘vlek’ met iets grijs. Onmiddellijk ben ik klaarwakker! Een veulen? Maar dat kan nog helemaal niet! Ze is pas over een maand uitgeteld! Moeder Magdaa staat er rustig bij en begint aan haar hooi te knabbelen. Zonder verder naar het natte hoopje ellende te kijken spurt ik naar binnen om Johan in te lichten en de dierenarts te bellen. “Een maand te vroeg?” vraagt de dierenartsassistente. “En is het een groot of klein veulen?  Jeetje, weet ik veel! Antwoord ik geirriteerd. Het is ons eerste veulen, laat nu maar gauw iemand komen!” Als ze deze boodschap doorgeeft hang ik op en bel Christ, een ervaren paardenfokker om raad. Als zijn vrouw opneemt en mijn boodschap herhaalt is hij al in de auto gesprongen. Hij arriveert nog eerder dan de dierenarts en neemt meteen de regie in handen. Het veulen blijkt al een paar uur oud en is inmiddels zwaar onderkoeld, ze (het is een merrieveulen) heeft een ondertemperatuur van 34,9 graden Celsius.  Johan haalt de merrie uit de stal (die nog niet vergroot was tot kraamstal) om het veulen uit de natte plek van het vruchtwater en nageboorte te halen. Moeder Magdaa is het hier niet mee eens en brult als een leeuw. Inmiddels is de dierenarts er ook en samen met Christ wrijft hij uit alle macht het veulen droog met stro. De dierenarts en Christ kijken elkaar veelbetekenend aan…Dit ziet er niet best uit. Het veulen is te zwak om te staan dus moet de merrie gemolken worden om de zo noodzakelijke biest met de fles te geven. Voor een merrie die ‘spontaan’ te vroeg geveulend heeft, heeft ze wel een volle uier! Hengstenstation gebeld of er heel misschien een foutje in de dekdatum is geslopen. Nee, de merrie is echt pas in augustus vorig jaar drachtig geworden. In juli bleek ze namelijk ‘vuil’ en is ze alleen gespoeld…Met drie man houden we Magdaa in bedwang om haar te melken. Dat is niet prettig voor haar, ze haalt fors uit naar Christ, die haar achterbenen behendig weet te ontwijken. Gelukkig is Christ erg bedreven in het paardenmelken en al gauw heeft hij een volle schaal biest die we in een flesje aan het veulen geven. Dit doen we om het uur. De dierenarts vertrekt en samen met Christ bouwen we in no time een ‘kraamboxje’ in Magdaa’s stal met twee warmtelampen erboven. Ze moet beslist warm blijven!  De kersverse moeder kan zo haar veulen zien en ruiken. Christ leert Johan melken en vertrekt ’s avonds alvorens ons op het hart te drukken dat het veulen ieder uur melk moet krijgen omdat het anders de volgende morgen niet zal halen…

 

Dag 2

De wekker loopt die nacht acht keer af, maar het kost ons geen moeite op te staan, we zijn van opwinding klaarwakker. Helaas neemt de zuigreflex in de loop van de nacht sterk af. We gieten er meer melk naast dan dat ze binnenkrijgt. We beseffen dat het vandaag cruciaal wordt. De telefoon gaat. Het blijkt Jenny Veenstra die nog een verslag voor onze periodiek wil faxen. Ik leg haar de situatie uit en onderaan haar fax schrijft ze de (zoals later zou blijken) de gouden tip: Bel onze (Belgische) dierenarts Miet van Roy eens voor vrijblijvend advies, zij heeft veel ervaring op het gebied van vroeg geboren veulens. Ik twijfel geen seconde en draai het nummer. Miet zit in de auto en zet onmiddellijk haar auto aan de kant om mijn verhaal aan te horen. Haar advies klinkt hard, maar blijkt de waarheid. “Hoe goed jullie ook ‘flessen’ en warm houden, het veulen heeft niet op tijd gedronken en mist de basis, nodig om te overleven. Ze heeft de anti-stoffen van de biest niet op tijd op kunnen nemen en zal hoe dan ook sterven, is het niet vandaag, dan over 10 of 14 dagen….” Dan volgt een technisch verhaal over bloeddruk en bloedcirculatie, gevolgd door het aanbod het veulen anti-stoffen (plasma uit het bloed van gevaccineerde merries) en medicatie toe te dienen. Deze methode heeft ze in Amerika opgedaan en er al vele veulens mee doorheen gesleept….Er is één maar, het is erg kostbaar.

We twijfelen geen seconde en maken een afspraak. Miet heeft het die dag erg druk, maar een Nederlandse dierenarts uit St. Oedenrode, Frank van de Laar, heeft haar methode geleerd en is ook in bezit van enkele zakken diepgevroren plasma. Om 14.00 uur die dag staat Frank op de stoep om het infuus aan te leggen en constateert tevens dat het veulen al sterk aan het uitdrogen is. Onze eigen dierenarts, die we wel intussen even ingelicht hebben dat we voor een ‘nieuwe behandelwijze’ hebben gekozen maar erg sceptisch reageerde, staat op afstand geinteresseerd toe te kijken hoe Frank het halsje scheert en de halsslagader aanprikt. Het is zo stil als in een kerk in de stal…gaat dit lukken?

 

Omdat het veulen niet meer zuigt, krijgt ze na twee zakken plasma een voeding met de sonde. Dit is een buigzaam slangetje dat rechtstreeks via de neus en slokdarm in de maag wordt geplaatst. ‘Volgetankt’ valt het veulen in slaap. Deze vroeg geboren veulens heten ‘dummy’s’ of ‘sleepers’ en slapen heel veel. Ze schrikken af en toe wild wakker bij aanraking maar suffen dan meteen weer in slaap. Frank vertelt dat Miet diezelfde nacht nog zal komen om haar een blijvende sonde in te brengen zodat wij haar ieder anderhalf uur kunnen voeden. Het is namelijk (net als bij mensen) niet mogelijk een sonde iedere keer er in en uit te halen, omdat de slokdarm dan zwaar geirriteerd raakt. Om twee uur ’s nachts maken we kennis met Miet, een zeer gedreven paardenarts die onmiddellijk op ons veulen ‘duikt’ en haar liefdevol masseert!  Ze brengt de speciale (Amerikaanse) sonde, met een loodje onderin die de sonde op zijn plaats in de maag houdt, vakkundig in. Het uiteinde wordt met een paar steekjes aan de neusvleugel gehecht en met tape rond het hoofdje, halverwege het neusbeen op zijn plaats gehouden. Er zit een ‘tuutje’ aan met een klepje. Hier koppel je een infuuszak met merriemelk aan en de melk druppelt zo de maag in, een kind kan de was doen! We moeten haar verder een aantal keer per dag rechtop zetten bij wijze van fysiotherapie en voor de bloedcirculatie. Miet en Frank komen de komende dagen nu om en om even kijken. Ze houden elkaar telefonisch op de hoogte (leve de mobiele telefonie!)

 

Dag 3

Het gaat geweldig! Het veulen knapt zienderogen op en hinnikt al zachtjes als we haar komen voeden. Het enige wat problemen gaat geven is het melken van de merrie. Hoewel dit al zonder praam gaat, laat ze de melk niet zo één twee drie schieten. Vaak melken dus en reserve-melk van Miet in de koelkast voor noodgevallen. Kunstmelk is uit den boze volgens haar, puur natuur is het beste! We krijgen ook een spuitje oxytocine (een soort hormoon dat de toeschietreflex activeert) voor de nacht. Het veulen kan al een beetje staan en ‘wil’ al naar buiten lopen, een grappig gezicht met al die hulpstukken aan haar hoofdje. Als Miet komt gaan we inderdaad heel even met Magdaa en veulen buiten lopen, een wonderlijk gezicht. Het veulen lijkt wel dronken! Weer in de stal probeert Miet met warm water klysma’s de restjes darmpek te verwijderen, wat lukt.

 

Dag 4

Net toen het zo goed leek te gaan, krijgt het veulen gigantisch diarree. Het spuit er gewoon uit! Ik begin alle hoop te verliezen, ze wordt zo slap als een vaatdoek, reageert niet meer. Maar Frank komt net aanrijden en dient de nodige zakken fysiologisch zout met een kleine aanvulling calcium, kalium etc. toe. Als een verlept bloemetje dat weer water krijgt staat het veulen een uur later weer in het kraamboxje, dat al te klein lijkt te worden! Volgens Miet krijgen alle veulens met startproblemen rond deze tijd diarree, een klassiek patroon. Ze geeft haar nog een zak parenterale voeding als oppepper. Haar vertrouwen in de situatie geeft ons vertrouwen al zijn we werkelijk afgepeigerd van het drie nachten om de twee uur voeden…

 

Dag 5 t/m 7

We voeren de hoeveelheid melk op naar 175 ml. Per keer en doen er een klein beetje gewone yoghurt door, tegen de diarree. Ze gaat als een speer en geeft nu ook bokjes! Moeder Magdaa is het gepruts aan haar uier meer dan beu en wordt zuur. Het is volgens velen nog een wonder dat überhaupt nog melk geeft. Op dag zeven komt Miet met een voorstel; “We gaan proberen het veulen bij de moeder te laten drinken.” Magdaa wordt ‘sufgespoten’ omdat ze nog niet echt moederlijk op haar veulen reageert, ze dreigt met slaan en haalt af en toe ook echt uit. Het veulen kan dan nu wel staan en lopen, maar een achterbeen ontwijken, nee. Met een halsband van stof dirigeert Miet haar naar het uier, ze houdt een fles melk tussen Magdaa’s achterbenen zodat het veulen weet waar ze moet zijn. Johan heeft de merrie vast ik sta op twee meter afstand mijn adem in te houden. Na een poosje proberen moet Miet even naar de auto. Het veulen snuffelt zelf wat en….drinkt! We horen smakgeluidjes en schieten zelf vol. Alle moeite beloont! Magdaa slaat ook ‘om’ als een blad aan een boom. Gewillig laat ze het veulen drinken en jaagt ons de stal uit. Het veulen is van mij, lijkt ze te willen zeggen, ik heb er lang genoeg op moeten wachten. Lang leve de natuur!

 

Hulde

Dankzij het snelle en deskundige optreden van Miet van Roy en Frank van de Laar genieten wij nu van het mooiste uitzicht ter wereld, een Friese merrie met haar acht dagen oude veulen …..dat met twee, nee drie benen in de paardenhemel heeft gestaan!

 

                                    *********************************************

Voor de echt nieuwsgierigen onder u: Finne is uitgegroeid tot een flinke (1.63 m) merrie en loopt dressuur in Zweden! Hieronder een kiekje van haar trotse eigenaresse: