Verslag lezing van Doede Wiersma
zijn visie op de fokkerij KFPS

Donderdag 19 maart,stoeterij Het Swarte Paert te Hemrik.

Introductie: In 1977 namen vijf vierspannen met Friese paarden deel aan wedstrijden te Geesteren. Naderhand stopten ze een voor een. Dramatisch voor het Friese paard was het opgeven van topmenner Tjeerd Velstra met zijn Fries vierspan tijdens een wedstrijd. “Ze (de paarden) kunnen het niet doen”, was de conclusie. Een enorme antireclame. Het was van grote betekenis dat Leo Kraayenbrink met zijn vierspan aan de weg bleef timmeren. De manier waarop dwingt diep respect af. Van 11 – 15 aug. 1982 zat ik tussen enkele tienduizenden bij de wereldkampioenschappen vierspannen in Apeldoorn. Bij de presentatie en dressuur werd Kraayenbrink zesde uit bijna 40 deelnemers. Ook in de zware marathon gaf hij een visitekaartje af.

In de Strengen, orgaan van het KWPN, schreef:

“Met ere moet hier Leo Kraayenbrink worden genoemd die zijn Friese klepperaars zo uitmuntend rondkreeg dat hij slechts zeven strafpunten kreeg te incasseren. De rit leverde hem een loftuiting op van de Duitse vrouwelijke bokrechter, die niet ophield haar verrukking uit te spreken over de aanspanning.”

We hadden het Fries vierspan later graag meer internationale wedstrijden gegund, maar nationaal en door het optreden in shows (bijvoorbeeld op Indoor Friesland) was Kraayenbrink een geweldig ambassadeur. Zijn tot in de puntjes verzorgde vierspan en gedurfde rijden was voor de Fries als modern sportpaard de beste PR. Nu we hier gast zijn op de thuisbasis van het vierspan stel ik voor om de Kraayenbrinks te bedanken met een applaus.

--------------------------------------------------------------------------------------------------

Niet achter de borrel…. Maar? Achter de borrel doen paardenmensen absolute uitspraken. Maar echte discussie in het openbaar is er nauwelijks. Aan mij is gevraagd om een visie te geven op de fokkerij en met name op de oudere hengsten die een stempel op de fokkerij hebben gezet. Vandaar uit zal ik lijnen trekken naar de toekomst.

De Markt:

We fokken voor een markt….is mijn eerste stelling. De markt is de bodem onder de fokkerij. Ruim 450.000 duizend mensen in Nederland doen iets met paarden in de sport; 7000 daarvan aangespannen, dat is 2 %. De grote markt is onder zadel; 98 %. Het veroveren van die markt –een deel ervan- is de uitdaging. Johannes Plet, oud- inspecteur KFPS zei eens: “Als de markt gekruiste kamelen vraagt dan fokt de Friese fokker die.” De uitdaging is niet om gekruiste kamelen te fokken maar om naast 2% moderne tuigpaarden, 98 % Elegante, lichtvoetige, dansende, dressuurpaarden te fokken.

Paul Schockemohle, groot autoriteit op paardengebied, zei recent: “De markt in de toekomst vraagt lichte, atletische paarden.” Dressuur is ballet: Lichtheid.

Hoe bereiken we dat?

We bevinden ons nu in een financiële crisis. Het Friese paard verkeerde 2 x eerder in een crisis. De eerste rond 1920, de tweede rond 1970. De eerste omdat de luxe markt wegviel, de tweede omdat motorisatie het paard als trekdier overbodig maakte.

ALVA (foto boven, 1899) en Jonkheer van Eysinga op Stoeterij de Oorsprong…. Die twee vormen de basis van het Friese paard. Letterlijk de oorsprong! De luxe markt: Boeren gingen met rijtuig en paard op visite, naar de kerk, de adel en andere notabelen (huisartsen) reden met paard en rijtuig. Die markt viel weg. De luxe Fries werd omgevormd tot boerenwerkpaard.

PAULUS geboren in 1913 was de grondlegger van het diepe type. Obscurant en zijn zonen Aize , Doede en Bouke werden in die periode het hoogtepunt. DE GROTEN EN SMALLEN WERDEN ER UITGEWERKT.

AIZE…. Over dit type zegt Hendrik Pasma oud bestuurslid van het KFPS in de laatste Phryso: “He jakkes!” Maar het moest, wilde het ras niet uitsterven. In 1913 waren er nog maar drie hengsten die 400 merries dekten.

Het was een strijd van er op of er onder….Veel boeren prefereerden de Bovenlander of de Oldenburger in het werk. Tot 1950 blijft het fokken met Friese paarden marginaal. Het gaat om kleine aantallen en kruisingen waren er vele. Begin 50-er jaren beleefde het boerenpaard een glorie tijd, maar dan komt al gauw de trekker. In 1967 zijn er nog 600 leden en 600 dekkingen. De landelijke rijvereniging De Oorsprong trekt door Friesland en vraagt aandacht voor het bedreigde ras. Het was ook een demonstratie van; “De toekomst is onder zadel!”Dat ideaal sprak ook uit de benoeming van Cees Faber, instructeur van de Oorsprong tot inspecteur van het KFPS. Er kwamen wel meer leden en begunstigers maar de dekkingen bleven dalen tot 411 in 1971. In 1981 kwamen die voor het eerst boven de 1000. Van de ene op de andere dag heb je niet een rijpaardtypische Fries. Het ging zo moeizaam.. .er was nauwelijks aanbod van hengsten. In 1982, toen Tjimme en Tamme werden goedgekeurd was er, meen ik, keuze uit 15 jonge hengsten. Het verrichtingsexamen vanaf 1980 is mijns inziens de belangrijkste bijdrage aan een meer op prestatie gerichte fokkerij.

Omvormen na 1970 was terug naar het type van voor 1920. Maar wat is omvormen een zware klus voor het Friese paard! Wij moeten het realiseren zonder inbreng van vreemd bloed. Het KWPN had het gemakkelijker… daar gebruikte men al moderne hengsten uit Frankrijk en Duitsland. In Surhuisterveen: Sinaeda en Marco Polo…Met name de volbloed bracht het KWPN grote roem. Uppercut, Courville, Lucky Boy. Werners, oude voorzitter hengstenjury van het KWPN zei recent in de Paardenkrant: “We hebben een klap gemaakt met de volbloed!” Dat zat er voor de Friezen niet in! Inmiddels wil het KWPN een nieuwe injectie met volbloed…Omdat, luister goed….de werkpaardeneigenschappen terugkomen. Die raak je zomaar niet kwijt. Hoeveel moeilijker is het dan voor het Friese paard!!

Mijn 2e stelling: Men kan geen modern fries paard fokken als men de erfelijke aanleg uit de periode 1920- 1970 vergeet.

Een paard kan modern zijn en toch niet modern fokken: dat komt door de terugval naar 1920 – 1970. Het Friese paard is bij lange na niet fokzeker voor modern. Opeens heb je weer veel massa, een zware hals, een korte stugge hals, een kort voorbeen, weinig maat, beknoptheid….dat is de invloed 1920- 1970. Wat er in 50 jaar is ingefokt haal je er niet in korte tijd uit. Een fokker moet zich verdiepen in de erfelijke aanleg van zijn merrie…ook in de erfelijke aanleg van dekhengsten. ALLEEN ERFELIJKE AANLEG TELT. We gaan o p zoek naar de erfelijke aanleg voor modern.

Tussen 1920-1970 werden de groten en smallen er uitgewerkt. Maar één niet; EELKE 183. (foto boven) Het mag een wonder heten.

Hij werd bij herkeuring goedgekeurd. Bij het verrichtings examen is het oordeel: Grotere hengst, wellicht niet het meest aangewezen type voor zwaardere landarbeid. (we proeven het fokdoel!) In 1953 krijgt de eigenaar een brief van het bestuur…Dreigend klinkt: Hengsten en hun nafok zijn onderwerp van ernstige bespreking geweest in het bestuur…..En: Bij die bespreking is gebleken dat er enige onzekerheid bestaat over de fokresultaten van uw hengst Eelke. STEL JE VOOR! Was Eelke in 1953 afgekeurd dan was Ritske (1955) er nooit geweest…dan zou er mijns inziens geen Fries paard zijn gebleven. Ritske is de hengst van de eeuw; De absolute topvererver!In 1958 werd Ritske toegelaten tot de fokkerij… binnen 20 jaar (!!) hebben alle hengsten Ritskebloed. Topverervers stormen de stambomen binnen. Hij levert tien zonen…ze continueren de Ritskelijn… maar nog opvallender zijn de zonen uit zijn dochters die alle (!) andere hengstenlijnen aanzien geven. Het zijn Mark …. Wessel…en: Bjinse. In de Ritskelijn is het Naen die via zijn vader Ferdinand Ritskebloed krijgt via Chrisje, een weergaloos sterke en super bewegende merrie. Tsjalling was fokzeker voor het zware type…maar met het ranke Kerst en Ritskebloed kwam er dubbelop tegenwicht bij NAEN! Daardoor krijgt Tsjalling aansluiting op het moderne. (Ook Ygram en Dirk hebben een Ritskemoeder.)

Het is goed om even langer stil te staan bij de topvererver.

Ritske werd bij opname in 1958 1A en reserve kampioen, een jaar later kampioen, in 1964 en 65 opnieuw. Het is prachtig om Polly Kamphuis – legendarisch hippisch journalist- te lezen. Hij schreef: “Ritske is een machtige klasse hengst, de adel straalt hem af, hoe mooi is zijn huid! En heel mooi de uitdrukking in het hoofd. Hij is uitmuntend, een zeer edele hengst, een hengst die liefhebbers van andere rassen ogenblikkelijk aanspreekt.” In 1962 krijgt de hengst de wisselprijs omdat hij 3 jaar opeen de beste verrichtingshengst was. Ook in tuig werd hij kampioen. In zijn tiende dekjaar is hij al preferent. Levenstotalen: 242 dochters: 151 ster; 47 model; 44 stamboek; 81,8 % ster/model; 38 preferenten en 10 zonen. (In 1961 wilde Mostert uit Zd Afrika Ritske kopen. Het bestuur van het KFPS weigerde..Was het wel doorgegaan dan hadden we Wessel, Bjinse, Jelkje, Metsje, veel andere toppers gemist).

TUIGEN

Na de 2e Wereldoorlog kregen de boeren het weer beter… er kwam ruimte voor luxe en dus voor tuigen. Onvergetelijk zijn de dubbelspannen van Ritskemerries die elkaar aflosten in kampioenschappen: Everlien en Fronica van Watzema; Gee en Elza van Bob Hofstee; Jelkje en Metsje van Schuurmans (foto boven); Odillia en Duree van Grimbergen 4 x NHS kampioen. (alleen Duree was niet van Ritske, maar van Mark). Deze paarden en vele anderen schitterden in enkelspan, bijv dekhengst Freark. Het waren weergaloos elegante, chique paarden met een blije uitstraling en een enorme vechtersmentaliteit. Drys en Feycko waren Ritskes in de dressuur. ALLEEN ERFELIJKE AANLEG TELT, schrijf ik vaak. Wat was die erfelijke aanleg bij Ritske?

Allereerst vader Eelke 4x kampioen in tuig…en moderner dan Aize en Bouke. Dan moeder en moederlijn: Moeder Brecht groeide op zonder moeder. Ze dronk bij kalveren uit de trog. Ze deed als twenter al boerenwerk.. bleef daardoor wat minder ontwikkeld. In 1988 sprak ik met drie mensen die Brecht hebben gekend: Fokker Cees van den Akker, toen 79 jaar, vertelde met stralende ogen, pakte je de teugels dan moest je zitten, want ze was direct weg, ze had enorm verende beweging. Tuigpaardenrijder Pieter Haytema vond Brecht altijd mooi, levendig, attent, zowel aan het begin als aan het eindevan de dag, ze had een gouden karakter en een sterke achterhand. De markante Weremeus Buning reed Brecht in enkel en dubbelspan. Hij vond Brecht een sierlijk fries paard, met glasharde benen, met een schitterend hoofd op een fraaie hals met veel kap. Een merrie met een ontzagwekkende bravour. Van den Akker zag veel van de moeder in Ritske, maar Siebren Woudstra, eminent kenner en oud voorzitter van het KFPS en Weremeus Buning zagen in Ritske vooral grootmoeder Ynte dochter Vespasiana. Een merrie van 1.62. Een duivel van een paard, aldus Buning. Brecht was stamboek, maar zou later 100% zeker ster zijn geworden, maar ze werd niet aangeboden…Ze gaf de hengsten Noldus en Ritske en drie sterdochters. Een derde hengst was het KFPS teveel van het goede. Polly Kamphuis omschreef deze Diemer als “Zeldzaam mooi, buitengewoon edel. Met zeer goede verhoudingen en zeldzaam beste bewegingen.””

YNTE

Ritske is ingeteeld op Ynte 130. (foto boven) Een hoogbenige hengst, licht in de massa…Oude fokkers vertelden mij: Er ging veel wind onder door. Ynte speelde een enorm belangrijke rol: HIJ TILDE DE EIGENSCHAPPEN VAN VOOR 1920 – VIA RITSKE- OVER DE PERIODE 1920- 1970 HEEN! HET BEWIJS VOOR DIE STELLING IS DAT RITSKE 8 KEER OP ALVA TERUG GAAT. De meest invloedrijke, de best bewegende, de meest modern fokkende hengsten hebben Ynte bloed. Dat zijn Ewold, Age, Nanne, Ulrig en Meint, de rijksgoedgekeurde Tyres die we achter Djurre en Tsjerk vinden, en met name Gerke ….

GERKE was 1.63m., rank en luxe…. Hij verklaart het fokzekere voor luxe bij Jochem en vooral bij Feitse die 2x Gerke heeft. De moeder van Gerke, Eereprijs, was ’s middags met tuigen op haar best als ze s morgens vier uur voor de maaimachine had gelopen. De moeder van Ynte geboren in 1914 was 1.63m., haar vader 1.65m. Ze was model en had drie dochters model. Ze had een enorm bloedtype….Ik ken maar twee merries in het ras die haar type benaderen en dat zijn Daphne van Foeke van der Velde en Wealtsje, de moeder van Wicher. (foto onder)

Alva is de oervader van het ras. De moeder van Ynte  (Rienkje zie foto boven)– dochter van Alva- de oermoeder.

Toekomst:

Uit het verleden is het heden, in het nu wat worden kan…Wat kan het worden? De hengsten met Ritskebloed: Mark, Wessel, Bjinse, Ferdinand waren de basis voor het moderne. Hoe daarop verder?

Ik koos in 1980 resoluut en openlijk voor Jochem (foto boven) en Naen…..Om het relatief vrijere bloed maar vooral om de erfelijke aanleg voor lichte massa, een slankere hals, meer hoogtemaat en een langer voorbeen. Het waren voor mij de volbloeden van het KFPS. Aan mijn keuze ging 5 jaar studie vooraf. Het was een weg tegen de stroom in……….moeilijk maar……..levende vissen zwemmen tegen de stroom in!

 Naen

En nu achteraf:

Het mooiste aan de huidige hengstencompetitie vond ik het zo deskundige commentaar van Mariette Sanders op de dressuur. Voor het eerst bij het KFPS had ik het gevoel hier spreekt iemand met kennis van zaken en zonder aanziens des persoons. Het zou wenselijk zijn dat zij betrokken kon worden bij de jurering van het CO van de hengsten. In haar commentaar zei ze: “MET NAME HENGSTEN DIE MODERNER EN HOOGBENIGER ZIJN HEBBEN VEEL POTENTIE.” Zij doelde op Meinse, Norbert, Doaitsen, Jerke, Gjalt, Jorn. Dat waren hengsten met Naen of Jochembloed. Ik heb zo genoten van de frêle Judith Pietersen op Norbert of Ingeborg Klooster op Loadewyk, dán wordt dressuur ballet….. Dán is het: Ze dansen samen, mens en paard, een gracieus paar…. Als ik dat zie dan droom ik van het Friese paard op de Olympische Spelen. Maar dan moet er meer gebeuren… we staan aan het begin… want moderne paarden zijn niet fokzeker voor modern.

Het KWPN koos als bestuur en inspectie in 1970 resoluut voor omvorming. De fokkers konden nog zo joelen en schelden op Sinaeda en Marco Polo, op de volbloeden….Heidema en van Binsbergen -de hoofdinspecteurs- hielden de kop er voor. Fokkers werden richting sport geduwd. En nu………nu is het KWPN toonaangevend in de wereld! Bij het KFPS was het andersom….. fokkers, Foeke van der Velde voorop, wilden een modern dressuurpaard fokken. Diverse hengstenhouders voelden de markt aan, brachten hun hengsten onder zadel. Het stamboek aarzelde…vooral na de dood van Cees Faber in 1982 stokte het. Ouderwetse hengsten werden aangekeurd, moderne afgewezen. Het was een enorm touwtje trekken…..De één wilde richting tuigpaard, de ander dressuur, een derde rastypisch, weer een ander barok. Rastypisch en barok waren grote woorden voor privévoorkeuren…maar anti-modern. Achter de borrel speelde zich het gevecht af: Hengsten en mensen werden kapot gepraat.

De tuigrichting had het voordeel van organisatie. Het Friese Tuigpaard, ze konden lobbyen. Dat ging gemakkelijk want: Vanuit de historie stamden bestuursleden en juryleden uit de tuigpaarden hoek…In 1982 nog zei een KFPS bestuurslid; “Wie een rijpaard wil kan elders wel terecht.” In dat jaar ging Jolanda Schreuder met Tamme in vier wedstrijden van M1 naar M2…vier eerste prijzen in een veld KWPNers. Dubbele winstpunten. Boukje Unema reed Tjimme naar de M. Wij voelden ons in de steek gelaten door het bestuur KFPS…….98 % van de emotie en de inzet van bestuur en inspectie leek gericht op 2% van de paarden, nl. de tuigers. Pas vanaf 1986 werd het wat beter met Heidema in de hengstenjury en vanaf 1990 met Harm Mulder die tien jaar in Ermelo leerde van en met Ruiterkamp. Ook menner Piet de Boer. . Maar voor veel juryleden was het ongeschreven fokdoel: We fokken een tuigpaard en wat afvalt (let wel; het afval!) kan wel onder zadel. Harrie Draayer gebruikte deze woorden nog in 2003 en hij leidt juryleden op! Ondertussen ging het KWPN verder…. Aparte benadering van tuigen en dressuur, later zelfs aparte richtingen voor springen en dressuur.

Bij het KFPS bleef het continu mixen van types… dat is schadelijk voor zowel tuigen als dressuur. We krijgen paarden die van alles een beetje kunnen, maar nergens in uitblinken. Het regent zesjes bij testen!

Ik kom bij mijn derde stelling: Het KFPS zal de grote klap maken als er een aparte benadering komt van tuigen en dressuur.

Tuigen vraagt marktgericht om 2% van de paarden; dressuur om 98 %. Op 40000 paarden betekent dat 800 voor tuigen bestemmen en 32.000 voor dressuur. Er zijn mooie tuigpaardstammen (Jelle Bouma, Jan Bosma, Feike Holtrop, Bouke de Boer, van ‘t Ende, Fetze Veldstra) en wie het meer wil fokt tuigpaarden. Vermeng dat dan niet met dressuurbloed. De preferente Hearke en Reitse waren fokzekere tuigpaarden… op basis van hun bloed is er nog veel mogelijk. In directe zin gaven ze voor dressuur veel te veel massa.

TECLA (voorbeeld moderne fokmerrie)

Het is onze dure plicht als fokkers om dressuurruiters een paard ter hand te stellen dat fysiek in staat is om het werk tussen de witte hekjes uit te voeren. (en niet het afval!) Dat is een grootramig paard met lichte massa, met een rijk licht front, bergop gebouwd, een lang en recht gesteld voorbeen; groot en breed schouder, een stabiele bespierde achterhand, een vlijtige stap met muzikale beat en een lichtvoetige stuwende draf.

Dan moet er heel veel gebeuren, want het Friese paard heeft erfelijke aanleg voor teveel massa, korte en/of zware hals, kort en niet recht gesteld voorbeen, instabiele achterhand, bemerkingen op stap en draf. Dat alles is negatief voor dressuur. Wij fokken voor de markt. Laten we die markt nog eens nader bekijken:

450.000 mensen doen iets met paarden in de sport. 42%, een kleine 200.000, bestaat uit jongeren onder de 19 jaar. ¾ e daarvan is meisje: 170.000. Deze jongeren berijden ponies. Mijn slogan was altijd: na de pony de Fries! Maar dat moet dan een Fries zijn die in luxe niet onderdoet voor die prachtige Welsh of New Forest. Het moet ook een Fries zijn waarmee je geregeld een winstpunt of een prijsje pakt op wedstrijden. Ik sjouwde 13 jaar met onze dochter, trailer en paard naar wedstrijden en wekelijks naar les. Ik heb gevoeld en beleefd hoe belangrijk een prijsje en winstpunt zijn. Het is beschamend als amazones met hun Friese paard in de L blijven: De L van Levenslang. Dat komt door mensen die het afval voor dressuur bestemmen!! Dressuur met Friese paarden op hoger niveau is nog teveel broodrijden, gebonden aan dekhengsten. We missen de Anky van Grunsvens en het Anky effect. Wat niet wegneemt dat ik grote waardering heb voor Peter Spahn, Jenny Veenstra en anderen. Het is bepaald indrukwekkend wat veel amazones en ruiters op dekhengsten laten zien.

Onderbreek die carrière niet door een aangespannen competitie, zou ik willen roepen….Laat Marijke Folmer, Ingeborg Klooster, Judith Pietersen, Dunja Constant, Esther Liano en anderen asjeblieft rijden, dit is PR! Dit stimuleert de vraag. Ermelo geeft voldoende inzicht in de aanleg voor aangespannen.

**Het is een niet denkbeeldig rampscenario dat de betere dressuurruiters de Fries laten staan. (net als eerder de vierspanrijders) We moet er alles aandoen om dat te voorkomen! Als we de dressuur markt niet winnen is alles verloren. Er moeten meer kundige mensen met een dressuurachtergrond in fokraad, inspectie, hengsten en fokdagjury’s. Het is toch vreemd dat in 2009 twee mensen die gepokt en gemazeld zijn in de tuigpaarden, dressuurhengsten keuren?

Mijn vierde stelling is: We moeten gaan denken in generaties fokzekerheid.

Bij het KWPN zie ik al hengsten met een prestatietopper als vader en een moederlijn met drie generaties merries die op hoog niveau presteerden in springen of dressuur. Die kant moet het bij de Friezen op: Hengsten met een moeder, groot en overgrootmoeder die uitblonken in tuig of onder zadel. We staan helemaal aan het begin. Op stoeterij Zangersheide is ooit een onderzoek gedaan met 400 merries. Daaruit bleek: Het exterieur mag minder zwaar wegen ten opzichte van de kwaliteit van de afstamming. De hoeveelheid generaties met constant verervende kwaliteit is van groot belang. In strijd daarmee is het aankeuren van hengsten uit een afgekeurde vader/moedersvader.

Mijn vijfde stelling is: Kwaliteit wint de strijd, maar in een gesloten fokkerij, is inteelt de verliezer.

De slogan (“kwaliteit…., enz.) is het devies van Wiepke van de Lageweg en hij bewees dit jaar met 8 aanwijzingen voor Ermelo zijn gelijk. Kwaliteit wint de strijd bij de Friezen: Eerst Ritske, toen Mark, daarna Wessel. Nu: Jochem. Fokkers kiezen voor best x best en dus voor inteelt. Het KFPS beloont hun keuze met aanwijzing voor ster en dekhengst. In de selectie van dekhengsten fungeren sperma en OCD onderzoek, maar vooral Ermelo als scherprechter. Als dat achter de rug is durf je al niet meer aan inteelt te denken. Inteelt bestrijden is dweilen met de kraan open.

Wat kan een stamboek doen?

Bij het keuren van veulens voor de inteelt waardevolle hengstveulens “merken”.

De opfok stimuleren en begeleiden. (voorkomen dat ze door de achterdeur verdwijnen)

Prognoses doen over de kwantitatieve invloed van hengsten/ hengstenlijnen.

Bijv het Jochembloed wordt massaal. Nodig zijn Jochemvrije hengsten die zijn economisch interessant en gunstig voor inteelt.

Een stap verder gaat: Het bevorderen dat er hengsten komen met vrijer bloed.

Door a: Het merken van aspirant hengstenmoeders met vrijer bloed.

b: Het met de fokker zoeken naar inteeltvermijdende combinaties.

c: Het zorgdragen voor een optimale opfok van het geboren veulen.

d. De angst van de fokker voor een open papier wegnemen. De fokker wil op korte termijn succes, kiest voor de best x best combinatie.Hij wil een stermerrie fokken. De fokker die eenmaal de hoofdstroom verlaat en vrijer bloed kiest zou bonuspunten bij de sterkeuring moeten ontvangen.

AAN DEZE PUNTEN WORDT TOT OP HEDEN NIETS GEDAAN!

Wat kan een Fokker doen?

Op diverse sites en in fokdagperiodieken staat mijn schema als hulpmiddel bij het vermijden van inteelt. Fokkers gebruiken massaal jonge hengsten. Waarom? ……Och, waarom kopen mensen een staatslot? Deze goklust draagt wel bij aan het verminderen van inteelt: Iedere jonge hengst heeft een nieuwe en unieke bloedvoering. Er zijn nog twee hulpmiddelen: Het inteelt percentage en het verwantschaps percentage.

Bij het inteelt percentage moet men niet alleen denken aan het hebben van een hoog %, maar vooral aan geven. Barteld had een hoog inteelt percentage op onverwante hengsten (2x Kerst bloed), daardoor gaf hij bij de meeste merries een laag %. Door Barteld zijn er nu enkele Jochemvrije hengsten. Zeer belangrijk want het Jochembloed wordt vanaf nu massaal.

Een hoog inteelt percentage op onverwanter bloed kan dus gunstig zijn.

Het verwantschaps percentage zou ik willen verfijnen…..meer toespitsen op de invloedrijke hengsten…hoeveel verwantschap heeft een merrie met Wessel en Oege, met Jochem en Feitse, met Hearke en Reitse. Dan ziet de fokker wat hij moet vermijden.

Bij waterhoofd en dwergveulens ben ik tegen een heksenjacht op hengsten.

Het is net als met wit, of OCD een probleem voor de individuele fokker, maar niet voor de fokkerij als geheel. Iemand met een merrie met Oege bloed moet gewoon niet een hengst nemen met Oege bloed. Net zoals iemand een merrie met Freark bloed niet bij een hengst met de vosfactor moet brengen. De reactie op de vosfactor was buitenproportioneel…. Dat moet niet opnieuw! De genetische basis van het Friese paard is al smal genoeg. Zodra er via DNA meer gegevens komen kan het KFPS fokkers bepaalde combinaties afraden.

Moeten we vreemd bloed inbrengen? Het KFPS zou de grote klap kunnen maken met de inbreng van het bloed van de zwarte Sandro Hit of zijn zoon Undigo. Bijvoorbeeld als experiment met 50 sterk verervende merries. Men zou deze produkten vervolgens moeten terugkruisen met de voor rastype meest fokzekere hengsten. Op langere termijn zouden de effecten op omvorming en de inteelt zeer gunstig kunnen zijn. Ik zou een dergelijk experiment steunen als het een keuze is van het KFPS; En als het maximaal wordt begeleid door deskundigen, waaronder inspectie en directie.

Ik las eens dat aan kathedralen soms door drie generaties is gewerkt. De eerste twee beleefden de voltooiing niet…hun vreugde was er aan gewerkt te hebben. Zo is het met merriestammen….het zijn prachtige bouwwerken. Onze vreugde is er aan bijgedragen te hebben. Laten we dat zo serieus mogelijk doen. Als ik ooit in het bejaardenhuis belandt, dan pak ik zo nu en dan de stamboom van Friese hengsten….dan zie ik de namen van Tjimme, Tamme, Walter, Barteld, Foppe, Jillis en Abe.

Ik heb er aan meegedaan…ook vanavond….fijn gevoel! Bedankt voor uw aandacht.