SELECTIE JONGE HENGSTEN 2010

JONGE HENGSTEN SCOREN ZWAK

D.G. Wiersma

Een keuring van hengsten onderscheidt zich van een ruinenkeuring op het punt van erfelijke aanleg. Een jury moet afwegen of hengsten fokzeker zijn voor het moderne type en met voor de sport een functionele aanleg voor beweging. Teleurstellend was dat slechts twee jonge hengsten (Gjalt en Haitse) ieder één zoon aangewezen kregen. Bij het keuren zijn drie factoren heel lastig.

1. Friese paarden hebben de achtergrond van het landbouwpaard (1920-1970). De invloed van het boerenwerkpaard komt nog in de eerste generaties van de jonge hengsten voor met het bloed van Tsjalling, Lammert, Oege, Hearke, Pike, Gerlof. Het moderne is daardoor niet erfelijk verankerd.

2. De grote markt vraagt om zadelpaarden. Diverse juryleden hebben voorkeur voor tuigpaardtypische dieren. Dat hinken op twee gedachten remt de vooruitgang in een meer functionele beweging.

3. De inteelt: achtereenvolgens ontstond forse inteelt op Ritske, Mark, Wessel, en thans vooral op Jochem. Dit bloed is en blijft nog lang overheersend. Buiten de Jochemlijn zouden Jochemvrije hengsten moeten komen. In de jaargang 2009 zijn geen Jochemvrije dieren. De jaargang 2010 biedt heel veel positiefs inzake inteelt. Echter de praktijk is vaak dat hengsten met relatief vrij eerder sneuvelen in het verrichtingsonderzoek.

Te betreuren is dat de jury diverse hengsten afwees op de stap. Anky van Grunsven zei eens: Kort- lang stappen kan komen omdat het paard aan één kant vastzit.” Eventueel een gevolg van training. Het lijkt me belangrijk dat de jury bij de 1e bezichtiging ook paarden aanwijst die wel ster worden, maar die niet toegelaten worden tot de hengstenkeuring. Er waren nu zeker 35 hengsten die in die categorie thuishoorden, of de ster niet verdienden. Het oordeel van de jury was soms hard: “erg krom achterbeen”,“neerwaarts”; “onzuiver in stap”; “loopt uit verbindingen”; “type/moederlijn ontoereikend”.Waarom eigenaren onnodig op kosten jagen? Bovendien is het antireclame. Donderdag heerste er een malaise stemming op de tribunes.

We bespreken de hengsten per hengstenlijn

Wessellijn:

· Cat. 39: Ielke X Brandus X Pike X Lammert stam 25

· Cat 139 Wikke X Ielke X Dirk X Lammert stam 65

· Cat 227 Felle X Olof X Jochem X Tsjalling stam 15

Het is uitermate belangrijk dat de Wessellijn nieuwe hengsten krijgt. De Wikke X Ielke heeft veel allure en hengstuitdrukking; is fraai in hoofd en hals. Diverse kenners hadden hem bij hun top drie. Het voorbeen mocht langer maar is in draf mooi. In draf kon hij iets meer van achteren naar voren lopen. De moederlijn is dezelfde als die van Tymon, stam 65. Een stam en moederlijn met veel kwaliteit.

De Ielke is voldoende modern, zou in draf meer sprongbuiging mogen tonen en meer ruimte in het voorbeen. De moederlijn mist wat fokkracht in de breedte.

De Felle is, zoals alle Felles, mooi in de bovenlijn. Het voorbeen kon langer, de draf is ruim maar daarbij moest hij meer gaan zitten en rijzen in het front. Als de knie stabieler wordt kan dat verbeteren. De moederlijn is goed.

Jochemlijn:

· Cat. 30 Fetse X Olof X Keimpe X Jarich stam 95

· Cat. 64 Onne X Feitse X Reitse X Oepke stam 25

· Cat.310 Onne X Feitse X Gerlof X Meindert stam 49

· Cat. 118 Time X Anton X Teunis X Hearke stam 49

· Cat. 320 Tsjalke X Anton X Reitse X Cobus stam 2

· Cat. 339 Aan X Sierk X Ludse X Wessel stam 128

Van de acht mensen die ik vroeg om hun topdrie, waren er zes die de Aan noemden. Deze volle broer van Reinder is heel sierlijk qua exterieur, modern met een lang voorbeen. Hij beweegt heel zuiver en gemakkelijk van achteren naar voren, met aanleg voor opwaarts. De wat klassieke Sierk krijgt tegenwicht van het Jochembloed in Aan en Ludse.

De Fetse mocht rijker in type, hij mist luxe en snit; is steil op de kootstand. Hij mocht wat meer opwaarts bewegen. De moederlijn is voor een hengst eenvoudig.

De Onne (Cat 64) komt fraai binnen met zijn rijke front. De moederlijn (Vesta) is extra! De hengst zal in draf meer moeten gaan zitten en in het voorbeen meer moeten ruimen. Hij raakt vaak de ijzers van het voorbeen. Achter Onne komt men snel bij klassieke merries. Daardoor is de vererving van Onne grillig op het punt van de massa, het neigt snel naar grof. Dat blijkt ook uit het feit dat Onne het best scoort bij Feitse en Tsjerk merries, die extra fijn en luxe zijn. Het kniegebied kan veelal stabieler en de spronggewrichten konden vaak “breder, reiner, dieper” (Quadekker) .

De andere Onne heeft in Gerlof en Meindert veel klassiek bloed. De hengst is goed in de verhoudingen, heeft bravoure, maar kon iets soepeler draven.

 In erfelijk opzicht heeft de zoon van Time, zelf 1.65, via vader en moedersvader, zwakke punten inzake werklust en hoogtemaat. De hengst mocht rijker in type en in draf een meer stabiele knie en ruimte in het voorbeen hebben. Een afgekeurde vader is geen pré voor een dekhengst.

De Tsjalke is luxe en fraai in hoofd en hals. Met een preferente moeder en grootmoeder de moeite van het proberen waard. Belangrijk is dat in draf achterhand en voorhand meer gaan coördineren.

Hearkelijn:

· Cat. 48 Jasper X Wypke X Wessel X Tsjalling stam 8

· Cat. 79 Rindert X Teunis X Oege X Nanne stam 38

· Cat. 158 Beart X Piter X Hearke X Ritske stam 50

· Cat. 167 Beart X Oepke X Tsjalling X Hearke stam 2

· Cat. 326 Beart X Ulke X Melle X Feitse stam 50

· Cat. 258 Haitse X Nykle X tsjalling X Ewoud stam 28

Jasper liet zich uitmuntend zien. Zijn ster % is 50,7 en dat is zeer hoog voor een hengst met 428 dochters. Zijn vier zonen doen het relatief best en kleinzoon Uldrik is kampioen 2010! Met 217 stermerries, 3 model- en 5 kroonmerries, 13 sportpaarden heeft Jasper reeds 723 punten voor het preferentschap. Hij nadert de 800 waarop een aanvraag mogelijk is. Jasper vererft grillig in hoogtemaat en zou een rijker, meer vertikaal front moeten vererven. Dat moet dan van de merriekant komen van de zes kandidaten uit de Hearkelijn zijn er vijf met Jasperbloed.

De zoon van Jasper komt uit de moederlijn van Sierk, sterke merries die veel temperament hebben; moeder en grootmoeder zijn beide preferent. De hengst zelf mocht wat meer hengstuitdrukking hebben, iets minder strak op de lendenen. Hij stapt zeer ruim(verzamelen?) en draaft gemakkelijk en lichtvoetig, maar kon daarbij meer sprongbuiging tonen. In galop toont hij veel aanleg.

De Rindert zoon heeft de excellente moederlijn van Tsjerk en Djurre, fraaie merries als Jelkje en Metsje. Grootmoeder Marrit heeft prima gefokt. De hengst is mooi in het front en goed van type. Hij gebruikt het voorbeen goed maar zou achter verder onder de massa kunnen draven en daarbij stabieler in het kniegebied.

Stam 50:

Vanaf 1990 werden in stam 50 1051 stamboek- en 728 stermerries opgenomen. Het is de grootste stam (De tweede is stam 25: resp. 699/ 425.) Wat echter zeer opvallend is, is het hoge ster % van 42. Van de tien grootste stammen is dit het hoogste %! Maar even 36 merries werden vanaf 1990 preferent. (Bron:KFPS) In stam 50 is de lijn uit Namke van FvdVelde uitermate fokzeker. Bij de 2e bezichtiging kwamen negen hengsten uit deze lijn: 65; 155;158;166;192;281;290;315; en 326. Dat is buitengewoon indrukwekkend. Naar Ermelo gaan: 158, 326. Beart komt eveneens uit de Namkelijn; derhalve zijn Cat, 158 en 326 een inteelt in de moederlijn. Cat. 67 komt uit één der beste levende merries van het ras: Pyrrha fan Synaeda. Deze 22 -jarige modelmerrie, moeder van 17 veulens, kreeg op de merriekeuring een staande ovatie. Men gunde alle hengsten een moeder van deze kwaliteit! In zijn algemeenheid vraagt Beart om merries die “kort van boven” zijn, rijk in het front en die beschikken over een wat charmante, minder duwerige stap. De zonen van Beart die zijn goedgekeurd (Uwe, Maeye, Pier) missen het gouden draadje.

De Beart X Piter is niet gerekt, sterk gebouwd, mist wat luxe, maar beweegt krachtig, stapt goed en dat is erfelijk verankerd via Beart en Piter. In draf komt hij achter hoog van de vloer, maar zou dan in het voorbeen ruimer kunnen en achter meer gaan zitten. Vier van de acht kenners hadden hem bij de eerste vier.

Uit dezelfde moederlijn komt Beart X Ulke. Hij mocht iets rijker in exterieur, maar is eveneens niet te lang in het middenstuk. In draf is hij goed van achteren naar voren, maar zou iets ruimer mogen in het voorbeen. In galop compenseert Beart de zwakkere index van Ulke.

Bij de Beart X Oepke valt op dat de moeder van de hengst en de moeder van Beart ieder tien kinderen ster hebben. Dat is waardevol bij een hengst! De rijpaardtypische hengst valt op door zijn sterke bouw, hengstallure en krachtige bewegingen, waarbij de knie iets stabieler kan en de sprongbuiging beter. Het kruis mocht langer en minder hellend. We hopen dat de merrielijn tegenwicht biedt aan de minder werklust wat Oepke en Tsjallling wel eens vererven. Op de lijstjes met top worden alle zonen van Beart genoemd.

De Haitse heeft een modern skelet, met lang voorbeen en preferente moederlijn, waaruit ook sporthengst Ielke. Als de kniebespiering toeneemt zou de hengst mogelijk meer onder de massa kunnen draven, met een meer “”electrisch” achterbeen. Op de fokzekerheid bij de stap van het Jasper bloed lijkt Haitse een uitzondering. De drie Vitens hengsten scoorden een 5,5/6. Dit is de invloed van Rypke en Lute die in de index zwakker scoren op stap. Bij de Haitse zoon kan Nykle compenseren.

Ygramlijn:

Cat. 103 Ulbert X Jacob X Oege X Tjimme stam 177

Veel fokkers zouden wat graag de successen hebben die Wiersma Damwoude heeft gehad met de nafok van zijn Eekje (Tjimme). De hengsten in de moederlijn van de Ulbert zoon vertegenwoordigen het degelijke meer klassieke, dat is ook het geval bij Sierk. Het moderne moet van Leffert komen. De hengst oogt degelijk, is fors in type en beenwerk; het voorbeen mocht langer. De hengst draaft goed, maar mag daarbij iets meer stuwen.

Gerkelijn: geen

Het is voor de inteelt jammer dat de relatief meest vrije hengst Fabe geen zoon kreeg aangewezen en evenmin hengsten uit zijn dochters.

Ritskelijn:

· Cat. 171 Arjen X Oege X Reitse X Jochem stam 15

· Cat. 219 Doaitsen X Jacob X Tjimme X Lammert. Stam 50

· Cat. 224 Doaitsen X Jorrit X Sjaard X Lammert stam 110

· Cat. 341 Doaitsen X Fetse X Piter X Lammert stam 50

· Cat. 277 Gjalt X Teunis X Nykle X Jochem stam 15

Doaitsen heeft een enorme uitstraling als vaderdier. Hijzelf en zijn zonen – Sjouke en Sake- lieten zich goed zien. Zijn ster % op 108 dochters is 64,8%; enorm hoog! Wat zou het goed zijn als Doaitsen zonen kon stellen uit Jochemvrije moeders! Bij Cat. 224 is dit het geval. De anderen hebben Jochembloed, maar gelukkig niet in de eerste generaties. Overigens zorgt dat Jochembloed weer voor “kort van boven” wat Doaitsen zeer nodig heeft. Dat is mooi te zien bij de volgende hengst uit Fetse moeder.

Van de acht kenners hadden vier de Doaitsen X Fetse bij hun topdrie. Het is een prachtige moderne hengst, die heel gesloten van achteren, naar voren beweegt. Met 2X Tsjalling en 1 X Fetse mag er wel enige zorg zijn om de werklust. Laten we hopen dat de indrukwekkende moederlijn (Boszorg), met grootmoeder Aukje (moeder van Stendert!), voor tegenwicht zorgt.

De imponerend grootramige Doaitsen X Jacob, heeft een hard en droog skelet, een mooi lang voorbeen, een actieve, ruime stap. De ruime draf zal technisch nog beter worden als de knie stabieler wordt.

De Doaitsen X Jorrit mist het rijke type, heeft hard en droog beenwerk. De degelijke hengst draaft heel ruim, maar zou met een stabieler kniegebied meer opwaarts kunnen bewegen. Jammer is dat Jorrit en Sjaard een zwakkere verervingsindex hebben, of Doaitsen dat met zijn heel goede index kan compenseren moeten we afwachten.

De Arjen stamt uit een moederlijn met opvallende keuringspaarden; vorig jaar drie 1e premieveulens. De degelijke hengst stapt krachtig, maar zou in draf met meer stuwing en sprongbuiging en voor ruimer en met een minder hoog ritme moeten bewegen. Arjen en Erik scoren beide op draf een minnetje in de index, eveneens in hoogtemaat.

De Gjalt is fraai grootramig en beweegt krachtig en ruim, met veel sprongbuiging. Hij kan nog meer onder de massa draven. In de moederlijn zag men graag meer preferenten. Zonen van Gjalt in het Vitens project scoorden voldoendes, met op stap zessen.

Kampioenen:

Een prachtig slot kreeg de keuring in het sublieme optreden van Uldrik en Norbert. De eerste uit een Tsjerkmoeder, de andere als zoon van Tsjerk. En met als goede derde Tymon, een kleinzoon van Tsjerk. Tsjerk levert een stevige bijdrage aan het “moderne” Friese Paard.