IN MEMORIAM
FOEKE VD VELDE:
TOPFOKKER VAN FRIESE PAARDEN.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op 25 juni kwam er een eind aan het leven van Foeke van der Velde in Terwispel.

In de wereld van de Friese paarden was zijn naam een begrip. Zijn paarden waren gewild. Geniale fokkers als Folkertsma Pingjum, Oosterbaan Tzummarum, de Ruiter Nij Beets, Osinga Pingjum, Wiersma Rinsumageest, die ook met koeien succes hadden, kochten bij hem en behaalden grote successen.

Nieuwe fokkers, die van hem wilden leren, zoals de familie van der Meer Kootstertille, bouwden een stoeterij op met enkel paarden uit zijn fokfamilie. Ook bij hen rijgen de successen zich nu aaneen. Foeke vd Velde volgde een eigen koers in de keuze van hengsten. Nooit liep hij achter kampioenhengsten aan. Zelden nam hij met paarden deel aan keuringen omdat hij vond dat jury’s teveel aan het ouderwetse type vasthielden. Achteraf spreken zijn successen tot de verbeelding.

Het succesverhaal begint met de merrie Namke, geboren in 1964. Ze stamde uit een familie met vele generaties volbloed tot 1892.

Namke beschikte over een groot reservoir van positieve erfelijke eigenschappen. De vier schakels voor haar waren preferent, de hoogste waardering voor positieve erfelijke aanleg. In tegenstelling tot de meeste paarden was Namke toen al modern: groot en slank.

Ze was werkwillig op de boerderij en verleende haar diensten in het eerste Friese vierspan van Leo Kraayenbrink. Ze was vruchtbaar en leverde zestien veulens. Haar eerste dochter werd in 1968 geboren. Vijf van haar dochters zouden preferent op afstammelingen worden. Haar zoon Walter 282 werd voorlopig goedgekeurd. De nafok van deze ene merrie is, vanaf 1968 tot en met de opnames van 2009: enkele honderden stamboekmerries; ruim tweehonderd stermerries, waaronder diverse kroon- en sportpaarden en negen modelmerries.

Het gebinte van de fokfamilie wordt gevormd door bijna dertig preferente merries. Een uniek hoog aantal. Uit de familie stammen de dekhengsten: Walter 282; Barteld 292; Anton 343; Sape 381; Beart 411; Jorn 430; en Loadewyk 431. Beart is momenteel de sterkste vererver en zeer invloedrijk. Het mogelijke preferentschap van de hengst zal een bekroning zijn van generaties noeste fokkersarbeid, het meest voor van der Velde.

In 1980 kocht ik het eerste hengstveulen bij vd Velde en er zouden nog drie volgen. In de 80-er jaren kwam ik ieder jaar op de boerderij in Terwispel en genoot van de gastvrijheid, de bedachtzame wijsheid van Tine, het lopen door het land, de stallen en het zien van de veulens. In een tweegesprek, in kleine groepjes op keuringen, leerden velen van Foeke vd Velde. Hij had een eigen mening en stak die niet onder stoelen en banken. Het stamboek was hem te veel gericht op “vermeerderaars”. Zijn verlangen was een fokkerij die meer op de dressuursport gericht zou zijn. Van een bundeling van krachten in de Bond van Merriehouders verwachte hij veel. Maar de tegenwind van de economische crisis haalde ook daar de wind uit de zeilen.

Foeke en Tine hoorden tot de steunpilaren van het eerste Friese vierspan en spanden zich samen in voor de Friese aanspanning en de ringrijderijen. Achter veel van de door hen gefokte paarden staat FT: Foeke en Tine. Dochter Pytsje, jarenlang gewaardeerd instructrice bij de aangespannen pony’s, gaat met een twintigtal paarden uit de fokfamilie het levenswerk van haar vader voortzetten. Maar de paarden uit deze belangrijke stam bevinden zich inmiddels bij velen en wereldwijd.

Aan kathedralen is vaak door drie generaties gewerkt. Zo is het met de merriestammen, de fokfamilies van het Friese Paard. Wij bouwen verder op wat vorige generaties hebben gedaan. Foeke en Tine van der Velde hebben met grote bezieling hun bijdrage geleverd. Voor hen zijn woorden van Frieslands grote dichter Obe Postma van toepassing:

Mar yn dit gea, myn bodder, hasto boud

En dien wat moast.

’t Hie sunder dy

Syn plak net sa yn al it ierdske hawn.

 

Doede Wiersma, Leeuwarden.